Ik ben geboren in 1958. Na mijn jeugd te hebben doorgebracht in Tilburg, kwam ik in 1979 naar Amsterdam voor een studie sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Na het behalen van het kandidaatsexamen switchte ik naar politieke wetenschappen. In 1987 studeerde ik af als politicoloog, met als specialisaties doctrinegeschiedenis en collectief gedrag.
Begin jaren tachtig was ik actief in diverse sociale bewegingen, zoals de anti-kernenergiebeweging en de kraakbeweging. In 1984 richtte ik samen met medestudenten het onderzoeksbureau Jansen & Janssen op, dat tot doel had helderheid te brengen in de wijze waarop de overheid omging met radicale sociale bewegingen. We onderzochten met name de politieorganisatie en inlichtingendiensten, en stelden vast dat er nogal wat in het geheim gebeurde dat de toetssteen van de rechtsstaat niet kon doorstaan. Zo werden geweldloze activisten afgeluisterd, stelselmatig geobserveerd en door informanten aangezet tot gewelddadige acties. In sommige gevallen leurden door de overheid betaalde provocateurs met vuurwapens en explosieven, met de kennelijke opzet gewelddadige acties uit te lokken om daarna hard te kunnen optreden. Hierover werd gepubliceerd in brochures en artikelen in kranten en weekbladen. Ik geloofde toen, zoals nu, in het belang van de rechtsstaat als waarborg tegen willekeurig overheidsoptreden.
In de jaren 1984-1987 verhardde het activistische klimaat en werd er steeds meer geweld gebruikt, terwijl de goodwill voor kraakacties en demonstranten verdampte. Het idealisme ging teloor en ik verloor geleidelijk mijn links-radicale overtuiging. Bureau Jansen & Janssen werd door anderen voortgezet en bestaat tot op de dag van vandaag (www.burojansen.nl). Inmiddels had ik een professionele belangstelling voor de politie en inlichtingendiensten opgevat: ik studeerde af op een scriptie over terrorismebestrijding. Hierop baseerde ik mijn eerste boek ‘Terreurbestrijding in Nederland’ (1989), een historisch overzicht van het overheidsbeleid tegen politiek geweld vanaf 1970 tot 1988.
Dit boek (uitverkocht sinds 1990) was de eerste systematische Nederlandse studie over dit onderwerp. Omdat mijn nogal onconventionele wijze van informatievergaring was opgevallen, werd ik door de Leidse universiteit uitgenodigd om te gaan werken aan een project over grootschalige schendingen van mensenrechten door geheime diensten. Van 1989 tot 1992 onderzocht ik op een NWO-beurs onder meer de Iraakse geheime diensten, waarvoor ik slachtoffers en voormalige beulen interviewde in Nederland, Londen en Berlijn, en documentatie bestudeerde in onder meer de Verenigde Staten.
In 1993 polste prof. Cyrille Fijnaut me voor een onderzoek naar georganiseerde criminaliteit, dat zou moeten leiden tot een nieuwe aanpak van dit maatschappelijk probleem. Van 1993 tot 1996 verrichtte ik onderzoek naar een crimineel samenwerkingsverband en naar de recherchematige aanpak van georganiseerde criminaliteit. Ik rapporteerde hierover eind 1995, enkele maanden voor de voltooiing van het rapport van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden (de ‘Commissie-van Traa’). Belangrijkste bevinding was dat dergelijke vormen van criminaliteit niet werden bedreven door vastomlijnde misdaadorganisaties, maar eerder vanuit fluïde netwerkstructuren die op opportunistische wijze tot samenwerking kwamen. Op basis van dit onderzoek, gekoppeld aan een uitvoerige theoretische verkenning, schreef ik mijn proefschrift ‘Groot in de hasj: theorie en praktijk van de georganiseerde criminaliteit’ [*HOTLINK NAAR PDF] (2000), waarop ik aan de Erasmus Universiteit promoveerde.
Na een kort verblijf bij het Nederlands Politie Instituut werkte ik van 1997 tot 2001 bij het (inmiddels opgeheven) advies- en onderzoeksbureau Eysink Smeets & Etman in Den Haag. Als hoofd van de unit Politie leidde ik hier onder meer onderzoeksprojecten naar drugscriminaliteit, particuliere recherchediensten, heling, identiteitsfraudes, escortprostitutie, gewelddadige overvallen en recherchesamenwerking. In 2001 trad ik als senior onderzoeker in dienst bij de Nederlandse Politieacademie, waar ik onder meer de kernteams evalueerde [HOTLINK Evaluatie Kernteams eindrapport] en opnieuw private veiligheidsdiensten onderzocht [HOTLINK Eindrapport particuliere recherche]. Eind 2004 werd ik lector Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde aan wat inmiddels kortweg de Politieacademie heet [HOTLINK website Lectoraat].
Andere functies die ik de afgelopen jaren heb vervuld zijn onder meer het redacteurschap van het Tijdschrift voor de Politie (www.TvP.nl) , het lidmaatschap van de stadsdeelraad Westerpark in Amsterdam voor de Partij van de Arbeid (1998-2002) en het lidmaatschap van de Amsterdamse gemeenteraad (2002-2006) [HOTLINK WWW.pvda-amsterdam.nl].